Actueel

Pascal Bruil in FAO bestuur namens Hart van Zuid.

Presentatie Standplaatsen begeleiding Apeldoorn

FAO over Parkeerbeleid

Geen betaald parkeren bij wijk- en buurtwinkelcentra (februari 2010)

Rel om super op Kanaal Noord (februari 2010)

Nieuw GDV/PDV beleid gemeente Apeldoorn

Vrijdagavond 8 mei 2009 winkels dicht!

FAO adviesnotitie PDV-GDV beleid gemeente Apeldoorn

Brief aan Gemeenteraad over zondagopenstelling supermarkten; 14 november 2008

Algemene leden vergadering
21 mei 2008

FAO opstelling bij Publiek Debat over Detailhandel

FAO bestuurslid Ron Brouwer evenementencoördinator

Brief aan College B&W over DHV rapport.

Uitkomst DHV rapport welgevallig voor FAO!

Omnisport Centrum:
terug naar af!

De Voorwaarts

Herijking detailhandelsvisie

FAO adviesnotitie PDV-GDV beleid gemeente Apeldoorn

PDV/GDV-BELEID GEMEENTE APELDOORN

Adviesnotitie omtrent vormgeving en invulling van dit beleid

22 januari 2009

1. Inleiding
In Apeldoorn wordt momenteel nagedacht over de toekomstige vormgeving van het PDV/GDV-beleid.
In het PDV-beleid gaat het om detailhandelsvestigingen op perifere locaties (d.w.z. buiten de reguliere winkelgebieden) en het betreft detailhandel in voornamelijk volumineuze artikelen. Het GDV-beleid staat voor grootschalige detailhandelsvestigingen en is niet direct gekoppeld aan bepaalde branches.
Apeldoorn kent momenteel vier PDV-clusters (Woonboulevard, Europaweg, Kanaal Noord en Kanaal Zuid) en daarnaast een beoogde locatie voor GDV-ontwikkelingen (Voorwaarts). De woonboulevard is veruit de grootste concentratie, terwijl de andere PDV-clusters aanzienlijk kleiner zijn (22.500, respectievelijk 12.500, 11.000 en 7.000 m²). De oorspronkelijke plannen voor de Voorwaarts gaan uit van 12.000 m². Daarnaast is er nog een aanzienlijk oppervlak aan verspreid liggende bewinkeling (ruim 48.000 m²).

2. Uitgangspunt PDV/GDV-beleid
Het uitgangspunt in dit beleid dient te zijn dat het brancheaanbod op deze locaties complementair is aan dat in de overige winkelgebieden. Dat wil zeggen dat op deze locaties geen vestigingen mogen worden toegelaten uit branches die gewoonlijk in het stadscentrum en de wijk- en buurtwinkelcentra zijn gevestigd (zoals voedings- en genotmiddelen, drogisterij- en huishoudelijke artikelen, textiel, lederwaren, boeken, juwelen, optiek en warenhuizen). Dit betekent dat op de PDV/GDV-locaties enkel branches een plaats kunnen krijgen die artikelen verkopen in de sfeer van “in en om het huis”, vervoer en buitensport. Huishoudelijke artikelen worden daartoe niet gerekend.

3. Sterke en herkenbare clusters
Om aantrekkelijk te zijn voor consumenten zijn en worden winkels ondergebracht in concentraties. Voor de reguliere detailhandel zijn dat het stadscentrum en de wijk- en buurtwinkelcentra. Naar analogie hiervan worden vestigingen in branches waar voornamelijk volumineuze artikelen worden verkocht ook steeds meer geclusterd. Om het functioneren daarvan te bevorderen wordt steeds meer gestreefd naar sterke en herkenbare concentraties. Daarbij dienen dergelijke concentraties wel aan een aantal criteria te voldoen, zoals een bepaalde minimale maat, herkenbaarheid, bereikbaarheid, eventuele uitbreidingsmogelijkheden en een gunstige ligging in het verzorgingsgebied.

4. Toekomstige clusters
Om aantrekkelijke en levensvatbare PDV/GDV-clusters tot stand te kunnen brengen zal moeten worden voldaan aan het uitgangspunt zoals geformuleerd in paragraaf 2 en aan de criteria uit paragraaf 3.
Wat dat betreft zou voor de PDV-clusters gedacht kunnen worden aan een minimale omvang van 15.000 m² en voor het GDV-cluster de Voorwaarts aan 20.000 m².
De vraag is evenwel of daarvoor voldoende ruimte is in de markt. Voor de Voorwaarts geldt naast een minimumoppervlak ook een onderscheidend branchepatroon en bijbehorende invulling. Wordt daaraan niet voldaan, dan zal dit winkelgebied geen (boven)regionale functie kunnen vervullen.
Uit diverse onderzoeken (BRO, DHV) blijkt dat er in specifieke branches (bruin- en witgoed, buitensport) de uitbreidingsruimte beperkt is (9.000 m² winkelvloeroppervlak), terwijl de ruimte in de klassieke PDV-branches nagenoeg afwezig is. De conclusie hiervan is dat ten behoeve van een levensvatbare PDV/GDV-structuur ingezet moet worden op nieuwvestiging van enkele bedrijven en vooral verplaatsing van meerdere bestaande bedrijven. In dat verband zal bezien moeten worden welke PDV-locaties naast de GDV-locatie de Voorwaarts behouden kunnen blijven, terwijl andere zullen moeten worden afgebouwd. Tevens zal moeten worden getracht vestigingen uit de categorie verspreid liggende detailhandel te bewegen tot hervestiging in één van de overblijvende clusters.

5. Nadere uitwerking
De Voorwaarts zou kunnen worden uitgebreid tot circa 20.000 m². Voorts zou de PDV-locatie Europaweg behouden moeten blijven en nog enigszins kunnen worden uitgebreid. Wel geldt daarvoor dat het branchepatroon versmald dient te worden door het verwijderen van bruin- en witgoed en textiel en zo mogelijk ook woninginrichting en/of de auto- en fietsaccessoires. Daarnaast moet er naar worden gestreefd de clusters Kanaal Noord en Kanaal Zuid in oppervlak en branchepatroon terug te brengen zodat er alleen nog bouwmarkten en eventueel verwante branches (zoals keukens en sanitair) een plaats hebben. Tevens dient te worden ingezet om waar mogelijk verspreid liggende detailhandelsvestigingen onder te brengen in één van de te versterken concentraties.

6. Effectuering en invulling van beleid
Het PDV/GDV-beleid behoort te worden vastgelegd in de bestemmingsplannen voor de onderscheiden gebieden. Uiteraard dient de vervaardiging van deze plannen plaats te vinden in goed overleg met het georganiseerde bedrijfsleven, zoals BOA en FAO.
Ook bij invulling van de diverse nieuwe en te herontwikkelen gebieden is actieve betrokkenheid van het georganiseerde bedrijfsleven een vereiste. Daaraan kan vorm worden gegeven door het instellen van een branche- en selectiecommissie. De taak van een dergelijke commissie is het uitbrengen van advies ten aanzien van het branchepatroon en de vestiging van winkelformules en voorts het selecteren van de ondernemingen. Van deze adviezen, die worden uitgebracht aan de ontwikkelende partijen, mag slechts incidenteel worden afgeweken. De samenstelling en het functioneren van deze commissie behoort te worden vastgelegd in het instellingsbesluit.
Daar bedoelde commissie ook de ondernemingen dient te selecteren heeft dat gevolgen voor de samenstelling van de commissie. De commissie zou kunnen bestaan uit vertegenwoordigers van de gemeente, de ontwikkelaar(s), het georganiseerde bedrijfsleven en eventueel externe adviseurs. Wat betreft de plaats in de commissie namens het bedrijfsleven zou deze kunnen worden ingevuld door een externe deskundige, bijvoorbeeld van MKB-Nederland. Deze vertegenwoordiger van de lokale ondernemers legt verantwoording af over het werk van de commissie, maar zal nooit namen van ondernemingen die zich kandidaat hebben gesteld mogen noemen. Het ligt voor de hand dat de plaats van de externe adviseur wordt ingevuld door een medewerker van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel. Desgewenst is het mogelijk een onafhankelijk technisch voorzitter aan te wijzen.

7. Uitwerkingsvoorbeeld
Het branchepatroon in de Voorwaarts zal vooral thematisch moeten worden ingevuld ronddom het thema vervoer en buitensport. Daarbij kan worden gedacht aan motoren-, bromfiets- en rijwielzaken met tevens verkoop van accessoires en aan bedrijven die artikelen voor kamperen en buitensporten verkopen. Daarnaast zou bruin- en witgoed een plek kunnen krijgen, bij voorkeur in te vullen door verplaatsing. Eventueel zou een bedrijf waar artikelen voor woninginrichting worden verkocht kunnen worden toegelaten.

Website powered by webdesign Apeldoorn